reisverslag naar Portugal
 
 
Hallo allemaal.
 
Hier komt dan het verslag van onze reis met Benimartje door Spanje en een stukje Portugal.
Dinsdagmorgen 16 oktober 2000 rond half elf zijn we vertrokken, uitgezwaaid door Lenie, Piet en Mico. We zijn eerst  naar Montesa gereden. Daar ligt boven het dorp de ruine van een kasteel wat door de Tempeliers gesticht is. We zijn er al vaak voorbij gekomen, als we naar Alicante gingen, maar we hadden nog nooit de tijd genomen er eens een kijkje te nemen. Dus nu naar boven. Er staan nog maar een paar resten van de muren overeind, maar je hebt er ook een mooi uitzicht, dus het was toch leuk. Op dit stukje muur nog het wapenschild met een kruis (Tempelridders?) en twee Spaanse wapenschilden (Valencia en Spanje?)
Daarna zijn we doorgereden naar Almansa. Net buiten het centrum konden we goed parkeren en te voet naar het centrum. Maar we hadden pech, het was dinsdag, het kasteel was gesloten. Volgens de gegevens moet je duizelingwekkende trappen betreden, om boven te komen, maar die bewaren we dus voor een andere keer. In Almansa zelf zijn ook nog een paar mooie gevels te bewonderen.
We hebben een barretje opgezocht om een bocadillo te eten en zijn daarna weer terug naar de camper gewandeld.
Maar we hadden nog niet genoeg kastelen gezien, dus toen we voorbij Chinchilla de Monte Aregón kwamen, zochten we weer onze weg naar boven. Het is een heel klein plaatsje, maar een paar duizend inwoners, maar er ligt een reusachtig kasteel boven. We konden parkeren op de Plaza de la Mancha, een mooi plein in het oude stadsdeel. Er zaten daar net een paar Amerikanen, die ook op rondreis waren, daar hebben we een poos mee staan praten. Daarna naar boven gelopen, door de nauwe straatjes. Tegen de berghelling aan, waar het kasteel op staat, zijn grotwoningen gebouwd, de kamers zitten in de berg, de gevel is er buiten tegenaan gebouwd.
 
 
 
We konden helemaal rondom het kasteel lopen, maar er jammer genoeg niet in. Maar zo viel er ook al genoeg te bekijken. Via de steile straatjes weer terug naar het plein en weer verder. Voorbij Albacete namen we de 322 richting Alcaraz. Het eerste stuk over de hoogvlakte van La Mancha was vrij saai, maar daarna volgden we het rivierdal van de Rio Balzota, toen was er veel begroeiing, bomen in herfsttooi, mooi als daar dan de zon op schijnt. Via een klein landweggetje ging het richting Peñascosa, waar we een plaats vonden op een camping in het bos.
Eerst buiten nog een glaasje wijn, maar het werd frisser, dus snel naar binnen. Gegeten, wat zitten lezen, de camper klaar maken voor de nacht en op tijd naar bed. (km.stand 263)
 
Woensdag 18 oktober.
Het was goed koud 's morgens, het gras was bedekt met rijp. Rond half 10 zijn we weer klaar om te vertrekken. We stoppen eerst bij het Santuario de la Virgen de Cortes. Het is een oord "van gebed en bezinning", je kunt er kamers huren, om er een paar dagen in alle rust met mediteren door te brengen. Daarna rijden we verder naar Valdepeñas. Het centrum is heel druk, er zijn straten opgebroken en we zien dus geen kans een goed plaatsje te vinden om Benimartje te parkeren. We rijden dus maar naar de rand van de stad, gaan daar ergens koffie drinken en kopen er Valdepeñas-wijn en Queso Manchego.
Rond 2 uur willen we op een grote parkeerplaats net voor Puebla de Don Rodrigo een lunchstop houden. Onderweg hebben we haast geen auto's gezien. Maar we staan nog maar een paar minuten, of er stopt een auto, bijna tegen onze bumper aan, terwijl er genoeg plaats is. De wagen heeft een Belgisch kenteken, maar er stappen een man en vrouw uit, die beslist geen Belgen zijn, maar eerder uit Roemenië of zo. Ze willen de weg weten naar Jaen (dat is terug en naar het zuiden). Jules draait gelijk de cabine op slot en zegt dat hij ook niet weet waar dat ligt. Als ze dan in de auto gaan zitten en met hun mobieltje iemand opbellen, houden we het voor gezien, stappen in en vertrekken gelijk. Zo'n 10 minuten later passeren ze ons (dus de verkeerde kant op, niet richting Jaen), maar daarna hebben we ze niet meer gezien. Wij volgen een kleine binnenweg, die ons rond de stuwmeren leidt. Tenslotte komen we weer op de weg naar Merida, waar we vol verbazing zien, dat ze ook hier volop rijst verbouwen. Bij Herman Cortes hebben we een laatste stop, dan gaan we door naar de camping. De temperatuur is nu weer een stuk hoger, dus we kunnen nog een tijd buiten zitten.
km.stand: 675.
 
Donderdag 19 oktober.
Als we om 8 uur opstaan, is het nog donker, want we zijn steeds naar het westen gereden. We gaan eerst naar Merida, om de aquaducten uit de Romeinse tijd te bekijken. In de stad zelf zijn nog meer opgravingen, met o.a. een Diana-tempel en een arena.
Benimartje heeft af en toe pech, hij kan niet onder de poorten door en moet dan dus aan de andere kant wachten. Dat gebeurd wel vaker op deze reis. De straatjes van de binnenstad zijn trouwens ook niet berekend op een camper, we moeten soms de spiegels dichtklappen, om erdoor te kunnen.
Na Merida gaan we richting Badejoz, de laatste plaats voor we de grens over gaan.
Boven bij het Alcazaba (fort) is voldoende parkeerplaats en daarvandaan loop je zo de oude stad in. In het centrum even langs de vvv, ergens koffie gedronken, de kathedraal bezichtigd en tenslotte in een restaurantje een menu del dia genomen. De ober was erg aardig, maar hij kwam zó dikwijls bij ons tafeltje staan om een praatje te maken, dat je niet rustig kon eten. In Badajoz rijden gratis busjes rond, die stoppen als je je hand op steekt en je dichtbij je huis weer afzetten. Een prima systeem. Wij dus met zo'n busje terug naar het Plaza Alta, vandaar konden we zo de burcht weer beklimmen naar de parkeerplaats.
Weer vertrokken richting Portugal. Bij Elvas kwamen we per ongeluk op de tolweg terecht. We konden gelukkig in pesetas betalen, want een creditcard werd niet geaccepteerd. De eerstvolgende afslag er weer af en binnendoor richting Estramoz, om flappen te gaan tappen. Rondom Estramoz liggen grote marmergroeven en hebben we even staan kijken, hoe zo'n groot blok marmer verplaatst wordt. Via het dorpje Pavia richting Montargil. De dorpjes in Portugal zien er schitterend uit. Witte huisjes met rode daken, en okergele randen onder langs het huis en langs de ramen. Heel veel planten in de tuinen, het ziet er allemaal gezellig uit. In Montargil gaan we naar een Orbitur-camping. We zitten vlak bij de doorgang naar het stuwmeer, dus ik hoop dat we morgen lekker kunnen zwemmen. De temperatuur van het water voelt nog goed aan, alleen.......de lucht wordt wel erg donker.
(km.stand 900).


Vrijdag 20 oktober.
Het heeft de hele nacht gegoten, maar 's morgens is eventjes droog, dus we kunnen buiten ontbijten, daarna valt de regen weer met bakken uit de lucht.
Van onze plannen om lekker te gaan zwemmen, komt dus niets terecht. We pakken dus maar weer in en vertrekken richting Evora. Onderweg, net voor Montemor o Novo zien we een wegwijzer naar een "Anta". We lopen er heen en het blijkt een hunnebed te zijn. Later bij Guadalupe zien we weer een bordje, maar nu naar een dolmen. Jules vraagt zich af, hoe ze die steen zonder hijskraan ooit overeind hebben gekregen. In een panaderia eten we een broodje met ham en kaas. Als de mevrouw achter de toonbank daarna "per ongeluk" 1000 escudo's te weinig terug geeft, vraag ik me af of het echt per ongeluk was, of dat er een bekende wisseltruc toegepast werd. We maken ons er maar niet te druk om en rijden verder naar Evora, waar we de camping al snel gevonden hebben. Het weer is ondertussen weer iets verbeterd, we kunnen nog even buiten zitten, maar dan gaat het toch weer regenen.
km.stand: 1002 km.
 
Zaterdag 21 oktober.
We blijven op deze camping, dus we staan op ons gemak op. En gelukkig, de zon schijnt weer! Als we zitten te ontbijten vertrekt er net een Engelse camper met aan zijn trekhaak... een extra auto. Ze gaan overwinteren aan de Algarve en zo hebben ze toch nog extra vervoer bij zich.
Rond 11.00 uur gaan we naar Evora. Het is een half uur lopen vanaf de camping. Op de Plaza Giralda drinken we koffie. Een cortado is in Portugal een garoto, maar dan de helft kleiner. In twee slokjes is het op. Voor Jules een cafe con leche, wat nu galão heet, maar dan echt koffie verkeerd, heel veel melk en weinig koffie. Heel Evora is beschermd stadsgezicht, maar we vinden dit plein er verwaarloosd uit zien. Een keer met een witkwast erover, dan zou het een stuk opknappen.
 
We gaan op zoek naar de Franciscanerkerk, want daar hoort een kapel bij, daar heeft een monnik alle wanden en pilaren afgewerkt met botten en schedels van mensen. Het wordt dan ook de Capillo de ossos genoemd, de knekelkapel. Er hangen ook nog twee ingedroogde mummies. Heel luguber allemaal.
 
 
 
 
 
 
 Boven de ingang staat dit bord:
Het betekent zoiets als:'wij doden wachten op jullie levenden'

Verder heeft Evora nog een kathedraal, een universiteit, een parador en een Diana tempel uit de Romeinse tijd. Er valt dus genoeg te bezichtigen.
 
Als we honger krijgen gaan we een streekgerecht uitproberen: Arroz de Tamburil.
Het is een soort soep met rijst en daarin wat vis, schelpdieren en gamba's. Met stokbrood erbij, laten we het ons goed smaken.
Daarna wandelen we terug naar de camping en genieten daar nog even van het zonnetje.
 
Zondag 22 oktober.
Op ons gemak douchen, ontbijten, alles opruimen en dan gaan we weer op pad. Vandaag staat er een rondrit op het programma, we komen dus wel op dezelfde camping terug.
Eerst rijden we naar Evoramonte. Het oude dorpje ligt boven op de berg (474 mtr. hoog) en bestaat uit één lange straat, een grote burcht (gebouwd tussen 1500 en 1550) en aan iedere kant een toegangspoort. (Porta do sol en porta do freixo) Benimartje kan er dus weer niet door en moet buiten blijven. Omdat het zondag is, mogen we de burcht gratis in. Het leuke aan de buitenkant vind ik, dat ze een knoop in de stenen rand aangebracht hebben. Alsof er een touw omheen zit. ( Manueline stijl) Binnen is de burcht leeg, boven elkaar zijn er 3 immense zalen met mooie pilaren en met op iedere hoek de torenruimtes. We klimmen tot helemaal bovenin en genieten daar van het prachtige uitzicht.
 
De reis gaat verder, weer naar Estremoz. We proberen de weg direct naar de Pusada boven op de berg, maar staan dan voor het bekende probleem, Benimartje kan weer niet door de poort. Dus terug naar beneden, parkeren in de stad en te voet naar boven. In de kerk is nog een H. Mis bezig, de pusada is erg mooi. Op het plein staat ook het standbeeld van Rainha Santa Isabel. Deze koningin bracht, tegen de wil van de koning, voedsel en geld naar de armen van het dorp. Toen de koning een keer wilde kijken, wat ze in haar mantel had, veranderde het voedsel in een bos rozen en kon de koning haar dus niet bestraffen.
We wandelen weer terug naar beneden en zoeken weer een restaurantje op, om een ander streekgerecht uit te proberen: Carne de porco de Alentejana. De streek van Portugal waar we nu zijn is de Alentejo. We krijgen een schotel met varkensvlees, gestoofd in wijn met schelpdieren, verder frites en salade.  Het is erg lekker.
We zoeken de camper weer op, gaan naar Vila Vicosa en bewonderen daar het Hertogelijk paleis en het standbeeld van de hertog. Via Redondo en Evora gaan we nog een keer naar Guadalupe. Er zou daar nog een grote kring van dolmens moeten zijn. Na een hobbelweg door het bos vinden we wel weer een hunnebed, maar de dolmens zijn niet te zien. Met een grote omweg komen we weer terug op de camping.
km.stand: 1190 km.
 


Maandag 23 oktober.
Vandaag gaan we naar de Algarve, dus het wordt een reisdag. Na het ontbijt vertrekken we richting Beja, daarna door naar Castro Verde. Daar drinken we koffie en gaan dan naar Almodovar. We komen langs een Lidl en gaan dus maar gelijk even boodschappen doen. Deze Portugese Lidl's, zijn nog beter gesorteerd dan die in Spanje, we kijken onze ogen uit.
Het landschap was tot nu toe een beetje saai, maar na Almodovar gaan we de bergen weer in. Het wegdek wordt veel slechter, maar het landschap mooier.
In Loulé hebben we even problemen om de juiste weg te zoeken, maar uiteindelijk komen we op de camping van Quarteira. Er zijn al veel Nederlanders die hier overwinteren. Het restaurant blijkt gesloten, dus we gaan maar barbecuen, met alle katten om ons heen.
 
Dinsdag 24 oktober.
Het is nog erg rustig als we op staan, geen wonder, we zijn vergeten dat Portugal een andere tijd heeft en het dus een uur vroeger is, als wij dachten. Na de koffie wandelen we naar het strand, maar dat valt een beetje tegen. Dus we besluiten om maar weer een tocht te maken. Eerst gaan we naar Silves. In de voormalige kurkfabriek zijn daar allerlei attracties, maar er is ook het kurkmuseum in gevestigd. We zijn er natuurlijk te vroeg (ontdekten nu dat de tijd anders liep), maar om twee uur zijn we weer present, als het museum open gaat. Binnen o.a. allerlei machines die gebruikt werden om kurken voor flessen te maken. Onvoorstelbaar, wat daar nog voor nodig is.
We rijden weer verder via Sagres naar Cabo San Vincente. Jules heeft daar nog herinneringen aan, alleen dan vanaf de zeezijde gezien, als hij er met de Gulftankers langs kwam. We kunnen nog net met de laatste groep de vuurtoren in, alle trappen naar boven om daar "de lamp" te bekijken. Verder natuurlijk mooie rotsen, waar de Atlantische Oceaan tegenaan beukt. Wat verderop zijn ze bezig met branding-surfen, waar we ook nog even blijven kijken. In het restaurant gaan we nog eten (gisteren 33 jaar getrouwd) en ik kies voor weer een Portugese specialiteit: Sardines asadas (geroosterde sardienen).
 
Als we weer naar de camper gaan, gaat de zon al onder (half 7 Port. tijd). We rijden naar Luz en moeten in het donker de camping zoeken. Nog even wat lezen, thee drinken en weer naar bed.
km stand: 1600 km.
 
Woensdag 25 oktober.
Rond half elf vertrekken we richting "huis", terug naar Spanje dus. Onderweg nog koffie drinken en voor de grens de laatste keer tanken.
De landweg richting Sevilla is super rustig, het verkeer rond Sevilla daarna hectisch. We worden helemaal rondom de stad gestuurd, komen dan op de weg richting Cordoba. Bij Carmona zoeken we de camping op, maar dat blijkt een vervallen boeltje te zijn, dus geen camping meer. Verder dus richting Cordoba, in La Carlota vinden we een mooie camping. La Carlota ziet er uit als een heel gezellig plaatsje, waar de bevolking gezamelijk bezig is, de Paseo te vernieuwen.
Op de camping staan Hollanders, 's avonds zijn we zoet  want we hebben dus weer eens Nederlandse kranten om te lezen.
 
Donderdag 26 oktober.
Via een mooie binnenweg, komen we in Montilla. We hebben altijd gedacht, dat alle sherry's uit de streek rond Jerez kwamen, maar deze plaats blijkt bekend te zijn, om zijn Fino's, Oloroso's en Manzanilla's. Als we koffie willen gaan drinken, blijken ze dat niet te hebben, dus zitten we al vroeg aan de sherry! We gaan nog even langs de plaatselijke coöperativa om wat van de plaatselijke specialiteiten te kopen (sherry en olijfolie). Daarna een mooie weg richting Andujar, tussen de heuvels door, waar duizenden olijfbomen staan. We vragen ons af, hoe ze al die bomen ooit kunnen oogsten, want we rijden urenlang tussen de olijfboomgaarden door. In Bujalana (restaurant los Arcos) eten we menu del dia (espaguetti en merluza).Andujar heeft weer een Romeinse brug en hier komen we weer op de N IV uit.
 
We rijden naar St. Elena, naar camping Despeñaperros.
km. stand: 2247 km.
 
Vrijdag 27 oktober.
Na vertrek van de camping, gaan we eerst naar het informatiecentrum van het Natuurpark Despeñaperros. Het is een modern gebouw met heel veel interactieve informatieschermen. Je wijst iets aan op het scherm en krijgt dan meteen de informatie. Er is ook een "geluiden" afdeling. Eerst sta je in het donker, hoort de geluiden die bij de nacht horen, een uil, een muis etc. Langzaam "gaat de zon op" en kun je meer van het bos en de dieren onderscheiden. Steeds meer geluiden, vogels, maar ook de schapen worden wakker. Erg leuk gedaan. In het winkeltje kopen we een houten aguila (adelaar). Daarna gaat de reis weer verder. In Alcaraz willen we naar het centrum rijden, maar lopen weer helemaal vast. Opgebroken straten en weer een poort.......waar we niet door kunnen. Dus omdraaien en net buiten het dorp een restaurantje zoeken. Daarna moeten we weer over de hoogvlakte van La Mancha, een saai gebied op 1000 mtr. hoogte. Maar dan bereiken we de Júcar met aan de andere kant Alcalá del Júcar, een plaatsje wat echt tegen de berghelling geplakt is, met erboven uit weer een kasteel. De camping ligt in een herfstbos, aan de rivier. We genieten van de mooie kleuren, als de zon door de bladeren schijnt.
We zijn de enigste camping gasten, heel rustig dus.
km. stand 2520 km.
 
Zaterdag 28 oktober.
De laatste dag van deze vakantie. 's Morgens gaan we eerst naar Alcalá, we parkeren beneden en gaan dan door de smalle straatjes steeds hoger. Ik vraag aan een mevrouw, hoe het is, om in zo'n dorp te wonen. "Muy dificil!", want je moet steeds de helling op of af. Boven gekomen bezoeken we eerst de cuevas de Masagó. In de bergwand is een tunnel van 110 meter uitgegraven (met handkracht, er is 14 jaar aan gewerkt), zodat je aan de andere kant uit komt en daar een schitterend uitzicht hebt over de Júcar. Er zijn grote zalen uitgehouwen en er is nu een restaurant in gevestigd. Er zijn nog meer van zulke grotten, maar die zijn later met machines uitgegraven.
We klimmen nog hoger om ook het kasteel nog te bezoeken. Daarna weer naar beneden. In de kerk is net een trouwerij aan de gang, buiten wordt het knalvuurwerk klaargemaakt. Langs de Júcar wandelen we weer terug naar de camper.
De route gaat nu richting Cofrentes. We rijden door een prachtig bosgebied, waarin ook nog een balneario (kuurcentrum met bronnen) gevestigd is. Boven Cofrentes liggen weer de ruines van een kasteel, aan de
kant van het stuwmeer zien we de koeltorens van de atoomcentrale.
We komen nu in bekend gebied. Via Dos Aguas en Llombai gaat het op huis aan. Rond 17.00 uur zijn we weer in Los Lagos en staat Mico al voor de poort te wachten.
We hebben bijna 2800 km gereden en erg genoten van deze reis.